De evolutie van de freatische grondwaterstanden wordt vooral bepaald door meteorologische en antropogene effecten. De belangrijkste meteorologische factor is de neerslag, maar ook de verdamping speelt een rol. Neerslag die verdampt is immers niet beschikbaar om het grondwater aan te vullen. Het oppompen van grondwater heeft uiteraard een rechtstreeks effect op de grondwaterstand. Andere belangrijke antropogene invloeden zijn het bodemgebruik en de verharding. De analyse van de grondwaterstanden laat toe om het effect van de antropogene invloeden apart in beeld te brengen. De peilen van afgesloten grondwaterlagen worden vooral bepaald door antropogene effecten.
Algemeen valt op dat er bij de freatische grondwaterlichamen meer stijgingen dan dalingen gedetecteerd werden, zowel op korte als op lange termijn. Dat heeft vooral te maken met de zeer natte jaren aan het einde van de beschouwde periode. Met name 2023 en 2024 kenden veel neerslag. Bovendien lag de verdamping in die jaren wat lager.
Er zijn veel meer stijgingen op korte termijn dan op lange termijn. De hoeveelheid neerslag bij het begin van de beschouwde periode voor de korte termijn (2019 en 2020) lag dan ook laag. Dat was niet het geval voor het begin van de beschouwde periode voor de lange termijn. Met name 2001 en 2002 kenden ook erg veel neerslag. Daardoor zijn er op lange termijn minder stijgingen vastgesteld.
Door de meteorologische invloeden weg te filteren (“(antropogeen)” in de figuur) komen de menselijke invloeden meer naar voor. Ook dan blijkt dat er op korte termijn nog heel wat stijgingen zijn. Logischerwijs is er in natte jaren, zoals 2023 en 2024, minder behoefte om grondwater op te pompen, met name in de landbouw. Op lange termijn zien we vooral stabiele trends. Er zijn iets meer stijgingen dan dalingen, mogelijk duidt dit op het effect van het beleid waar grondwaterwinningen in de mate van het mogelijke afgebouwd worden.
Ook bij de meetfilters in de afgesloten grondwaterlagen zijn er meer stijgingen dan dalingen. De stijgende trends zijn waarschijnlijk het gevolg van lokale of regionale maatregelen om de afbouw van grondwaterwinningen te stimuleren. De dalende trends zijn vooral het gevolg van grondwaterwinningen die lokaal nog te groot zijn.
Onderstaande figuur geeft de absolute toestand van de freatische grondwaterstanden per dag. Door te vergelijken met alle dagelijkse peilen van de referentieperiode wordt aangegeven of het freatische grondwater historisch hoog of laag staat. Het klassieke, jaarlijkse patroon met lage grondwaterstanden in de zomer en hoge grondwaterstanden in de winter komt duidelijk naar voor. Verder valt ook af te lezen dat:
- er veel (zeer) hoge grondwaterstanden waren in het begin van de jaren 2000;
- de periode 2017-2020, 2022, 2025 en 2026 gekenmerkt werden door veel (zeer) lage grondwaterstanden;
- er in het erg natte 2024 opvallend veel hoge en zeer hoge grondwaterstanden waren.
