
Zicht op weerbaarheid met klimaatadaptatiescans
Meer hittegolven, langere droogteperiodes en intensere regenbuien beïnvloeden onze steden en gemeenten de komende decennia steeds sterker. Hoe groot is die impact? Welke maatregelen maken buurten, straten en publieke ruimtes weerbaar tegen een veranderend klimaat?
Van klimaatimpact naar concrete oplossingen
Om lokale besturen te ondersteunen, voerde de VMM in 2025 en 2026 een tweede reeks klimaatadaptatiescans uit in de gemeenten Harelbeke & Kuurne, Edegem & Kontich en Sint-Niklaas & Stekene. Daarmee ondersteunde de VMM de steden en gemeenten om de doelstellingen uit het Vlaams Klimaatadaptatieplan te vertalen naar lokale investeringsprojecten voor haalbare realisaties op hun terrein. Workshops en terreinbezoeken maakten de klimaatadaptatie-opgave tastbaar en creëerden een visie en strategie voor klimaatbestendige gemeenten tegen 2050. De klimaatadaptatiescans baseerden zich op de data en informatie uit de VMM-klimaatadaptatietools.
Bekijk de eindrapporten van de klimaatadaptatiescans
Het resultaat is een toekomstvisie, langetermijnstrategie en actieplan met maatregelen om de gemeenten weerbaarder te maken tegen 2050. Uit de uitgevoerde scans komen zes opvallende lessen naar voor die relevant zijn voor alle Vlaamse steden en gemeenten.
1. De klimaatuitdaging wordt groter, ingrijpen werkt
De impact van klimaatverandering op wateroverlast, droogte en hittestress kan tegen 2050 sterk toenemen, in sommige gevallen zelfs met een factor 2 tot 10 tegen 2050. Die volledige impact opvangen is vaak niet realistisch. Toch tonen de scans aan dat groenblauwe maatregelen de toename op veel plaatsen tot de helft kunnen beperken.
Opvallend is dat de verschillende scans uitkomen op een vergelijkbaar en haalbaar ambitieniveau: een versnelling van de renovatiegraad, gekoppeld aan extra investeringen in groenblauwe maatregelen.. Daarnaast blijven flankerende maatregelen nodig. Denk bijvoorbeeld aan sensibilisering van kwetsbare risicogroepen bij hitte of aangepaste landbouwpraktijken in functie van vaker voorkomende droogteperiodes.
2. Zowel publiek als privaat domein herinrichten
Klimaatadaptatie is niet alleen een opdracht voor lokale besturen. Een belangrijk deel van de opgave ligt buiten het openbaar domein. Maar door zelf zichtbaar in te zetten op klimaatadaptatie in het straatbeeld, inspireren lokale besturen hun inwoners en creëren ze draagvlak voor ingrepen op privaat terrein.
Verschillende scans maken daarom een onderscheid tussen publiek domein, privaat terrein en buitengebied zodat duidelijk is wie welke rol kan opnemen. Sommige maatregelen, zoals groendaken, situeren zich bijna volledig op privaat terrein. Andere, zoals stuwen en poelen, zijn typische maatregelen voor het buitengebied. Volgens cijfers uit de scan in Sint-Niklaas en Stekene ligt voor verharding 70% en voor boomschaduw 80% van de opgave op privaat terrein.
3. Van versnelling naar omslag
Naast versnelling is op veel plaatsen ook een echte omslag nodig op het terrein. In sommige gemeenten neemt de verharding vandaag nog altijd toe, terwijl net meer ontharding nodig is om water te laten infiltreren en hittestress te laten afnemen.
De scan van Sint-Niklaas en Stekene maakt dat heel tastbaar. Waar vandaag nog netto-verharding bijkomt (+25 ha/jaar in Sint-Niklaas, +11 ha/jaar in Stekene), zou dat moeten omgebogen worden naar netto ontharding (-4 ha/jaar in Sint-Niklaas; -1 ha/jaar in Stekene).
4. Beleid slim combineren, levert meer op
Wateroverlast, droogte en hitte hangen vaak samen. Wie die thema’s apart benadert, mist kansen. De scans tonen dat een beleids- en thema-overschrijdende aanpak extra rendement oplevert. Door verschillende klimaatthema’s samen te bekijken, komen plekken in beeld waar meerdere ingrepen gecombineerd kunnen worden.
Zo werd in Sint-Niklaas en Stekene onderzocht hoe klimaatbestendige inrichting kan samengaan met werken aan een betere luchtkwaliteit. Hotspots voor luchtvervuiling (NO₂ en PM10) vallen vaak samen met de drukste verkeersassen, de hoogste hittestress en kwetsbare bevolkingsgroepen. Ingrepen op het straatprofiel leveren hier meerdere voordelen op als specifieke aandachtspunten mee in rekening worden gebracht. Street canyons zijn er zo eentje. Een te dicht en aangesloten bladerdek kan leiden tot verhoogde luchtverontreiniging van gemotoriseerd verkeer.
5. Klimaatbestendig ontwerpen vraagt maatwerk
Vaak zijn de ontworpen of gerealiseerde maatregelen om wateroverlast, droogte of hittestress op te vangen, onder-gedimensioneerd voor de klimaatuitdagingen van de komende decennia. Daarom is een aangepaste ontwerppraktijk nodig.
Veranderingen in het mobiliteitsbeleid, zoals aangepaste snelheidsprofielen voor straten of een aangepast parkeerbeleid, kunnen extra ruimte creëren voor een klimaatbestendige herinrichting van het publieke domein. Ook de manier waarop groen wordt toegepast, maakt een verschil. Een doordachte combinatie van hoog en laag groen kan helpen afkoelen zonder ongewenste effecten op de luchtkwaliteit.
Ook op privaat terrein liggen grote kansen. Lokale besturen kunnen die ondersteunen via aangepaste bouwcodes, normering rond koelte en bomen of inspirerende voorbeeldprojecten. Een van de scans schuift daarvoor een heldere vuistregel naar voor: 30% van de perceeloppervlakte draagt bij aan verkoeling via een evenwichtige mix van ontharding, waterbuffering en infiltratie, en boomschaduw. Voor publieke percelen leggen we de ambitie nog hoger, met een koelte-opgave van minstens 40%, afhankelijk van het terrein.
6. Beelden maken klimaatadaptatie tastbaar
De scans bevatten heel wat overtuigend cijfer- en kaartmateriaal. Maar het zijn vooral de visualisaties of ontwerpbeelden die overtuigen.
Een klimaatadaptatiescan voor jouw gemeente?
De VMM plant momenteel geen nieuwe scanreeks. Lokale besturen die een gelijkaardig traject willen opstarten en daarbij begeleiding wensen, kunnen contact opnemen met een lokale adviseur.



