
Waterkwaliteit in landbouwgebied verbetert, uitdaging blijft
Het aantal overschrijdingen van de drempelwaarde voor nitraat en oppervlakte- en grondwater daalt. Dat blijkt uit het Vlaamse monitoringsprogramma voor de Europese Nitraatrichtlijn.
De Europese Nitraatrichtlijn legt de lidstaten op om de verontreiniging van oppervlakte- en grondwater door nitraten uit agrarische bronnen te verminderen en verdere vervuiling te voorkomen. Hiervoor stelt Vlaanderen Mestactieprogramma’s (MAP) op. De meetnetten van de VMM volgen als onderdeel hiervan de nutriëntconcentraties in oppervlakte- en grondwater in landbouwgebied op.
Oppervlaktewater: daling nitraat en fosfaat, doelstellingen nog niet overal gehaald
Het percentage meetpunten met een overschrijding van de drempelwaarde van 50 mg nitraat/l in oppervlaktewater daalde in 2024-2025 naar 11,5%. Dit is het laagste percentage sinds het begin van de metingen in het MAP-meetnet. De inspanningen die de landbouwers de afgelopen jaren leverden, zijn zichtbaar in de resultaten. Al heeft ook het weer daartoe bijgedragen. De uitzonderlijk natte zomermaanden van 2024, een gemiddeld regenpatroon in de winter en een droog voorjaar 2025 zorgen er mee voor dat minder overschrijdingen werden vastgesteld.
In 2024-2025 ligt 57,5% van het landbouwareaal in een afstroomzone waar de gemiddelde nitraatconcentratie onder de 18mg nitraat/l ligt. Gezien 2,5% van het landbouwareaal in een afstroomzone zonder MAP-meetpunt ligt, betekent dit dat 40% van het landbouwareaal nog niet voldoet aan de doelstelling van 18mg nitraat/l. Er zijn duidelijke regionale verschillen. Centraal West-Vlaanderen, delen van het IJzerbekken, het westen van het Leiebekken en regio’s rond Mechelen en Noord-Limburg blijven aandachtspunten.
Ook voor orthofosfaat is er een lichte verbetering. 48% van de meetpunten voldeed aan de milieukwaliteitsnorm.
Grondwater: positieve trend, maar trage respons en regionale verschillen
De nitraatgehalten in het ondiepe grondwater in landbouwgebied vertonen een duidelijke afname ten opzichte van de piekconcentraties in 2022. In 2024 overschreed iets meer dan 33% van de meetputten de norm van 50 mg nitraat/l, wat een grote verbetering is ten opzichte van de voorgaande jaren. De gewogen gemiddelde nitraatconcentratie op het meest ondiepe filterniveau daalde tot 33 mg nitraat/l. Toch zijn deze waarden vergelijkbaar met het begin van MAP 6. Een structurele verbetering op langere termijn is dus nog niet meetbaar.
De respons van het grondwatersysteem op beleidsmaatregelen verloopt eerder traag. De gunstige evolutie van de meetresultaten heeft deels te maken met de genomen landbouwmaatregelen, die tot lagere nitraatresiduwaarden in de bodemlagen leidt. Die wordt ook beïnvloed door gewijzigde klimatologische factoren, zoals de uitzonderlijk natte omstandigheden in 2024. In sommige gebieden blijft de nitraatinput vanuit de landbouw nog te hoog om aan de grondwaterkwaliteitsnorm te voldoen.
Ook voor grondwater zijn er duidelijk regionale verschillen: de kuststreek en het zuidelijke deel van Antwerpen scoren goed, terwijl Noord-Limburg, de omgeving van Brussel en Leuven, en delen van Oost- en West-Vlaanderen extra aandacht verdienen.

