- Vlaanderen wil de impact van klimaatstressoren – waaronder ook hittestress – beperken tegen 2030 (Vlaamse Gezondheidsdoelstelling Milieugezondheidszorg ).
- De gezondheidsimpact van hitte-episodes wordt niet enkel bepaald door de luchttemperatuur, maar ook door de luchtvochtigheid, de stralingsbelasting en de windsnelheid. Hogere luchtvochtigheid en meer straling (of afwezigheid van schaduw) zorgen voor meer hittestress, een hogere windsnelheid maakt hitte draaglijker en verlaagt de hittestress. De ‘wet bulb globe temperature’ of WBGT is een maat voor de gevoelstemperatuur die al deze elementen in rekening brengt, en wordt uitgedrukt in °C. WBGT-waarden liggen typisch iets lager dan de reguliere luchttemperaturen. Analyse voor Vlaanderen leert dat wanneer de WBGT overdag oploopt tot boven 27 °C én ’s nachts niet onder de 17 °C daalt, de gezondheidsimpact van hitte-episodes snel oploopt met zelfs significante oversterfte tot gevolg. Oversterfte wordt daarbij gedefinieerd als de extra sterfgevallen geobserveerd ten opzichte van het verwachte aantal sterfgevallen in de zomerperiode, afgeleid uit de waarnemingen in de vijf voorgaande jaren. Om invulling te geven aan de Vlaamse doelstelling, worden de gevoelstemperatuurdrempels van respectievelijk 17 °C ’s nachts en 27 °C overdag best zo min mogelijk overschreden.
Feiten & cijfers
Beleid
Diensten & producten
Projecten
Tips
Gevoelstemperatuur en hittestress
Toestand, grafieken en evolutie doorheen de jaren
In het kort
- De gezondheidsimpact van hitte-episodes wordt niet enkel bepaald door de luchttemperatuur, maar ook door luchtvochtigheid, stralingsbelasting en windsnelheid.
- Het aantal dagen met hittestress ligt dubbel zo hoog in zomers met significante oversterfte.
- In de bebouwde omgeving kunnen extra (boom)schaduw, ontharding, groendaken en de aanwezigheid van wateroppervlakken met al dan niet stromend water de impact van hitteperiodes reduceren.
Doelstellingen
Toestand
- We evalueren de mate waarin Vlaanderen jaarlijks geconfronteerd wordt met hittestress aan de hand van 4 indicatoren die telkens de maanden april tot en met september overspannen:
- Aantal dagen waarop de gevoelstemperatuur ’s nachts boven de 17 °C blijft hangen (MIN_17).
- Aantal dagen waarop de gevoelstemperatuur overdag oploopt tot 27 °C of meer (MAX_27).
- Aantal hittestressdagen (HSD): aantal dagen waarop beide gezondheidsdrempels worden overschreden, dus waarbij de gevoelstemperatuur overdag oploopt tot 27 °C of meer én ’s nachts niet onder de 17 °C duikt.
- Aantal hittestressgraaddagen (HSGD): som van de overschrijdingen van de gevoelstemperatuurdrempels van 27 °C overdag en 17 °C ’s nachts op alle hittestressdagen in een jaar, uitgedrukt in °C.d. Nog meer dan het aantal HSD geeft het aantal HSGD de mate van hittestress waaraan de bevolking wordt blootgesteld.
- Vertrekkende van Vlaanderen-dekkende kaarten, worden de gemiddelde indicatorwaarden berekend per jaar. Daarbij wordt enkel de leefomgeving (= bebouwde percelen en wegenis) beschouwd waar mensen het gros van hun tijd doorbrengen.
- Het laatste jaar waarvoor de WBGT-kaarten beschikbaar zijn, is 2024. Dat jaar zien we in Vlaanderen een gemiddelde van 3,0 hittestressdagen en 8,7 hittestressgraaddagen. Het aantal dagen met een gevoelstemperatuur ≥ 27 °C bedroeg 5,4 en het aantal nachten met gevoelstemperatuur ≥ 17°C kwam op 7,9 uit. Daarmee bleken de zomermaanden van 2024 vrij normaal: zowel de ruimtelijke patronen binnen Vlaanderen als de afgeleide indicatorwaarden lagen in de buurt van de langjarige gemiddelden over het geheel van de periode 2000-2024. Enkel het aantal warme nachten met gevoelstemperatuur boven de 17°C lag gemiddeld in Vlaanderen dat jaar 2 dagen hoger dan het gemiddelde in de periode 2000-2024. Dat blijkt ook duidelijk uit het kaartmateriaal verderop in deze fiche.
- Voor 2024 werd in Vlaanderen een niet-significante oversterfte van 2% opgetekend: 476 extra sterfgevallen ten opzichte van hetgeen verwacht kon worden. Ook hiermee bevond 2024 zich eerder in de middenmoot in vergelijking met de eerdere zomerperiodes.
Evolutie
- Over de periode 2000-2024 werd men in de Vlaamse leefomgeving jaarlijks gemiddeld met 2,6 hittestressdagen geconfronteerd, goed voor 8,3 hittestressgraaddagen. Daarnaast komen er gemiddeld ook 6 dagen voor waarop de gevoelstemperatuur overdag boven de gezondheidsdrempel van 27 °C uit komt, en eveneens 6 nachten waarop die gevoelstemperatuur boven de drempel van 17 °C blijft hangen.
- De figuur geeft een overzicht van de jaargemiddelde indicatorwaarden voor Vlaanderen in de periode 2000 tot 2024. In 2006 liepen alle 4 de klimaatindicatoren HSD, HSGD en de aantallen dagen met gevoelstemperaturen respectievelijk boven 27 °C overdag en boven 17 °C ’s nachts het hoogst op van de reeks. Dat jaar werd ook een significante oversterfte van 4,4% (902 extra sterfgevallen) in Vlaanderen opgetekend. Enkel in 2022 en 2020 liep de oversterfte nog hoger op.
- De 4 hittestress-indicatoren worden berekend op basis van fijnmazige klimaatmodellen gevoed door meetreeksen. Het detailniveau nodig om deze klimaatmodellen aan te drijven is pas beschikbaar vanaf zichtjaar 2000. De bekomen meetreeksen omvatten momenteel nog maar 25 zichtjaren. Gezien de meteorologische variabiliteit van jaar tot jaar, is die periode nog te kort om significante trends te kunnen detecteren.
- In 5 van de 25 jaren waarvoor deze indicatoren beschikbaar zijn, werd significante oversterfte in Vlaanderen genoteerd tijdens de zomermaanden: 2003, 2006, 2010, 2020 en 2022. Het aantal extra sterfgevallen ten opzichte van het verwachte aantal tijdens de zomermaanden bedroeg er tussen de 873 (in 2003) en 1440 (in 2022), wat overeenkomt met een oversterfte van 4,2 tot 6,2 %.
- Analyse wijst uit dat in jaren waarin in Vlaanderen significante oversterfte tijdens de zomermaanden werd genoteerd, de waarden van alle 4 de hittestress-indicatoren dubbel zo hoog oplopen als in de jaren waarin er geen significante oversterfte werd genoteerd.
MIN_17 En MAX_27: Aantal dagen in een jaar dat de gemiddelde gevoelstemperatuur in de leefomgeving van Vlaanderen boven de gezondheidsdrempels van respectievelijk 17°C ’s nachts en 27°C overdag uit komt.
HSD: Het aantal hittestressdagen in een jaar. HSDG: Het aantal hittestressgraaddagen in een jaar.
- De kaarten tonen de 4 hittestress-indicatoren, zowel voor het gemiddelde per jaar in de referentieperiode 2000-2019 (links) als voor het laatst beschikbare jaar 2024 (rechts). Daaruit blijkt duidelijk dat:
- Er een duidelijke gradiënt is van west naar oost voor het aantal hittestress(graad)dagen en het aantal dagen waar de gevoelstemperatuur overdag boven de drempel van 27 °C uit komt. Oorzaken van die gradiënt zijn enerzijds de afstand tot de verkoelende invloed van de zee en anderzijds de bodemsamenstelling waarbij de temperaturen boven droge, zanderige bodems (bv. in de Kempen) sneller oplopen. Ook de afnemende windsnelheid van west naar oost en van open (bv. kust-, polders- en havengebied) naar beschut terrein (valleigebieden en stedelijke weefsel) speelt mee.
- De aanwezigheid van bossen en boomschaduw een belangrijk verkoelend effect heeft, vooral overdag.
- ’s Nachts zorgt dichte bebouwing en de aanwezigheid van verharding voor heuse hitte-eilanden waarbij sterk verstedelijkte gebieden (woonkernen, industrieterreinen etc.) duidelijk warmer blijven dan open, niet-verharde landelijke gebieden.
Gevolgen
- In België zorgt hittestress nu al voor het gros van de gezondheidsimpact ten gevolge van klimaatverandering (CERAC, 2025): hitte-episodes veroorzaken gemiddeld al honderden sterfgevallen per jaar, en dit cijfer kan oplopen tot gemiddeld meer dan duizend per jaar bij een mondiale opwarming met 2 °C (we zitten in 2024 al aan 1,2 °C).
- Naast (over)sterfte leidt hittestress ook tot andere gezondheidseffecten zoals extra ziekenhuisopnames voor hart- en longaandoeningen, nierziekten en vroeggeboortes.
Hoe pakken we dit aan?
- Via het Vlaams Klimaatgezondheidsplan ondersteunt de Vlaamse Overheid klimaatacties die de blootstelling aan klimaatstressoren, nu en in de toekomst, verminderen en zo gezondheidswinst creëren.
- In de bebouwde omgeving kunnen extra (boom)schaduw, ontharding, groendaken en de aanwezigheid van wateroppervlakken met al dan niet stromend water de impact van hitteperiodes reduceren.
- Ook publieke bewustwording van de hitte-problematiek en de installatie van een opvolgingssysteem kunnen het aantal hittedoden sterk terugdringen. Het Vlaams Warmteactieplan (sinds 2015) in aansluiting van het Nationaal Hitte- en Ozonplan (sinds 2005) dragen daaraan bij.
Meer informatie
- Rapport 'Hittekaarten 2024’ (VITO, 2025).
- Het 'Be-MOMO project' van Sciensano voor monitoring van de mortaliteit in België.
- Klimaatportaal Vlaanderen: fijnmazige kaarten ondersteund door kerncijfers & grafieken per wijk, per gemeente en heel Vlaanderen over de klimaattoestand (temperatuur, neerslag, verdamping, wind), de effecten ervan (hittestress, droogte, wijzigende grondwaterstanden, wateroverlast, overstromingen, zeespiegelstijging) en de gevolgen (getroffen personen, gebouwen, ecosystemen en landbouwteelten). En dit zowel voor het huidige klimaat als voor de mogelijke klimaatverandering tot 2100.
- Belgian Climate Risk Assessment (CERAC, 2025).
- Het ‘Nationaal ozon- en hitteplan’ ('Hitte- en ozonpiekenplan', 2019) en het Vlaams Warmteactieplan (campagne 'Warme dagen').